Groningen - Noord-Nederland verliest tot en met volgend jaar mogelijk nog 3000 tot 4000 banen in de bouw. Dat vreest Rolf Koops van werkgeversorganisatie Bouwend Nederland (BN) Regio Noord. Van de aannemers in Groningen, Friesland en Drenthe is 54 procent somber gestemd over de omzet in het eerste kwartaal van 2010, zo blijkt uit de Conjunctuurenquête Nederland (COEN) onder ondernemers. Dat percentage is twee keer zo groot als het landelijk gemiddelde (28 procent).
Dat juist de noordelijke aannemers met zorg de toekomst tegemoet zien, komt volgens Koops wellicht doordat het dieptepunt van de crisis zich het eerst in deze regio laat gelden. “Maar de winter is ook op het slechtst denkbare moment gekomen”, vertelt hij. “Zo'n 55 vorstdagen betekenen een aanslag op de voor veel aannemers toch al moeilijke liquiditeitspositie.” Een op de vijf noordelijke bouwondernemers verwijst naar het barre weer als mede oorzaak van de malaise.
De aannemers proberen waar mogelijk personeel in dienst te houden. Want vaklieden die noodgedwongen de bouw verlaten kiezen vaak een andere beroep. Volgens Koops kan het daardoor moeilijk worden weer aan voldoende goed opgeleid personeel te komen op het moment dat de bouwnijverheid weer aantrekt. Hij verwijst daarbij naar de vele grote infrastructurele werken die in het Noorden op stapel staan als compensatie voor het schrappen van de Zuiderzeelijn. Het gaat om werken voor 2,5 miljard euro van het Rijk, aangevuld met een half miljard eigen bijdragen van gemeenten en provincies.
Koops betreurt het dat Groningen en Friesland anders dan Drenthe geen gehoor hebben gegeven aan de oproep van de Noordelijke Ontwikkelings Maatschappij (NOM) om geld te storten in een crisisfonds. Het Drentse midden- en kleinbedrijf kan op dit door de NOM beheerde fonds een beroep doen als het onvoldoende krediet krijgt van de bank. Volgens de BN-voorman zijn de banken nog steeds uiterst terughoudend met kredietverstrekking, ook als ondernemers moeten investeren om een opdracht te kunnen accepteren. (Bron: DvhN.nl)